Acteurs hebben het laatste woord in ‘STUKKEN’

STAN nodigde bekende Vlaamse schrijvers uit teksten voor hen te schrijven. Een collage van vijf lichtvoetige theaterstukken is het resultaat. De acteurs laten zich niet beperken door de veelzijdigheid aan tekstsoorten. Maar hoe ze zich moeten verhouden ten opzichte van deze diversiteit blijkt een uitdaging.

Het acteursgerichte STAN maakt het zichzelf niet gemakkelijk met de belofte de voor hen geschreven teksten op het toneel te brengen. Absolute carte blanche kregen Saskia De Coster, Patricia De Martelaere, Tom Lanoye, Bart Moeyaert, Yves Petry en Annelies Verbeke toen ze instemden mee te werken aan dit project, met als enige uitzondering dat het een Nederlandstalige tekst moest zijn. Acteurs hebben schrijvers nodig, is het uitgangspunt, want zelf kunnen ze het niet. Een goede tekst is het halve werk, moeten ze gedacht hebben. De keuze voor dit ensemble aan ’s lands meest begeerde schrijvers staat zodoende al bijna garant voor een succesvoorstelling. Maar dan moet er nog toneel van gemaakt worden.
De teksten bestaan uit een korte zedenkomedie, een hoofdstuk van een roman, een komische monoloog, een ingetogen monoloog en een briefwisseling. De relatie tussen tekst en theater wordt moedwillig of onmoedwillig onderzocht, want hoe ensceneer je een hoofdstuk uit een roman zonder dat je net zo goed de roman had kunnen lezen, en hoe ensceneer je een komische monoloog zonder dat het lijkt op tweedegraads cabaret? In deze gevallen staat de tekst erg centraal en gaat zo een beetje met het theater aan de haal.
Anders is het met de tekst van Lanoye: ‘Alles eender (ganzenpas)’. Dit is een komisch verhaal over een bedrijfsuitje naar een afgelegen kasteel waar de collega’s zich moeten weten te vermaken met port, haardvuur en jachtexcursies. Maar als flitsende reclamemakers is het lastig voor ze om los te komen van hun Blackberries met bijpassende spannende ringtones. Op een luchtige, grappige maar doordachte wijze wordt de marketing façade van hun belevingswereld laagje voor laagje weggepeld en langzamerhand herkennen we ook slim geïntegreerde parallellen met onze huidige economische crisis.
In ‘Liefde bij wijze van spreken’ van Verbeke/Petry gaat het om een briefwisseling tussen de schrijver Rik Message en een lezeres Peggy Poppers. Uit wat begint als respectvolle lofuitingen over en weer ontwikkelt zich een opbloeiende liefde en daarna een grondige wederzijdse afkeer. Ook hier weer staat de komische noot centraal. De relatie tussen schrijver en lezer zou bekeken kunnen worden in het licht van STAN’s verhouding ten opzichte van de schrijvers, de samenwerking die geboren is uit bewondering voor het werk van de auteur. De crisis die ontstaat tussen Message en Poppers komt doordat Poppers haar interpretatie van Message’s boek wil opdringen, en ook hem persoonlijk volgens haar eigen visies blijft psychologiseren. Ligt de kracht van een tekst bij de schrijver, of bij de interpretatie van degene die het leest of speelt?
‘STUKKEN’ bestaat uit losstaande stukken die niet samen iets willen zeggen. Wel zijn de teksten erg goed geschreven en staan ze garant voor retorische pareltjes. Een rode lijn is een algemene humoristische sfeer die niet doorbroken wordt door de wat serieuzere monologen en incidentele verwijzingen naar filosofen als Wittgenstein en Nietzsche. Schrijver en spelers zijn samen verantwoordelijk voor het eindproduct. STAN heeft zijn schrijvers gevonden, maar uiteindelijk hebben ze in de uitvoering toch zelf het laatste woord.